Bak de cake zoals beschreven in het basisrecept, alleen deze keer in een bakvorm met een doorsnede van 17 cm. Laat de cake goed afkoelen, anders smeert de taart niet goed af.
Bereid de botercrème zoals beschreven.
Snijd de cake doormidden met behulp van de taartsnijder. Til de bovenkant er af en leg deze even apart.
Besmeer met behulp van de spatel de bovenkant van de eerste laag cake met botercrème. Verdeel hier bovenop drie eetlepels met de blauwe wilde bosbessen jam.
Leg de bovenkant van de cake hier voorzichtig bovenop en dan kun je beginnen met afsmeren.
Begin met een dun laagje botercrème, hiermee vul je alle kiertjes op. Wanneer je dit eerst doet, kruimelt de cake minder af wanneer je gaat afsmeren met behulp van de deegschraper.
Nu kun je echt beginnen met afsmeren. Dit doe je door van bovenaf aan te beginnen en daarna de zijkanten af te smeren met de deegschraper. Probeer de botercrème gelijkmatig te verdelen, zodat er ongeveer overal dezelfde hoeveelheid op zit. Hoe vaker je dit doet, hoe strakker het wordt. Je moet hier een bepaalde handigheid in krijgen en dat betekent gewoon oefenen!
Daarna ga je er met de glaceermes nog eenmaal overheen om de laatste oneffenheden weg te krijgen.
Als laatste versier je de bovenkant met de resterende eetlepels wilde blauwe bosbessenjam. Dit doe je door met een satéprikker in de resterende jam te prikken om hierna golvende lijnen te creëren op de bovenkant.